Voetklachten ABC

Wilt u meer weten over uw voetprobleem? Zoek dan uw klacht op via onze alfabetische lijst met de meest voorkomende voetproblemen. Staat uw klacht niet in deze lijst? Neem dan contact op met Verweij Voetcentraal. Wij adviseren u graag en vrijblijvend.
 
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
 

O-benen

Ouders zijn vaak ongerust over de beenstand van hun kind. Staan ze niet te krom, te veel naar binnen, naar buiten? Zoals u zult lezen verschilt de beenstand per leeftijdsfase. Als het kind begint te staan (rond 1-1,5 jaar) heeft het O-benen: dwz de afstand tussen de knieën is groter dan tussen de enkels. Rond het 2e jaar gaat dit snel over in X-benen. De mate van X-stand neemt dan in enkele jaren toe en rond de 5-7 jaar weer langzaam af. Aan het einde van de groei zijn de benen dan vrijwel recht geworden.
Maar wanneer zijn O-benen abnormaal? Als de O-stand van de benen asymmetrisch is d.w.z. dat een been meer O heeft dan het andere been is dat een reden om een (kinder)orthopedisch chirurg te laten kijken. Extreme O-benen die nog bestaan na het 2-3e levensjaar geven redenen om verder onderzoek te doen. Vaak kan dan een röntgenfoto verdere aanwijzingen geven. Het gaat dan om een hele reeks aan zeldzame afwijkingen, b.v. rachitis (engelse ziekte, een vitamine D gebrek), stofwisselingsstoornissen of skeletdysplasieën.

Open been / Ulcus cruris

Een open been of ulcus cruris is een open plek of zweer aan het onderbeen. Zo'n plek zit meestal aan de binnenkant bij de enkel of het onderbeen en geneest langzaam. De zweer doet meestal geen pijn, maar kan wel stinken en veel vocht afgeven. Voordat de open plek ontstaat, zijn er meestal al langdurig afwijkingen in de omgeving aanwezig, zoals vochtophopingen om de enkels (oedeem), spataderen en bruine verkleuringen.
Een open been wordt meestal veroorzaakt door een langdurige stoornis in de bloedvaten (aders). De aders zorgen voor de afvoer van bloed uit het been.

Het bloed dat door het hart het lichaam wordt ingepompt, brengt zuurstof en voedingstoffen naar de weefsels en wordt aangevoerd door de slagaders. Op de terugweg naar het hart neemt het bloed afvalstoffen mee uit de weefsels. De afvoer gaat door de aders. De terugweg vanuit de voeten en de onderbenen gaat tegen de zwaartekracht in. Het bloed wordt daarbij geholpen door kleppen in de aders en de zogenoemde spierpomp in de benen.

Wanneer we lopen, trekken de kuitspieren zich samen: ze worden korter en dikker. De aders worden daardoor platgedrukt en leeggeknepen. Dankzij kleppen in de aders stroomt het bloed dan omhoog, maar kan het niet omlaag.

Als die kleppen niet goed werken, kan het bloed terug omlaag vloeien. Soms is de spierpomp niet sterk genoeg, waardoor er onvoldoende kracht is om het bloed tegen de zwaartekracht in omhoog te pompen. Wanneer deze samenwerking van spieren, aders en kleppen tekort schiet voor het afvoeren van het bloed, spreken we van veneuze insufficiëntie. Deze aandoening is bijna altijd chronisch.

Osteofyt

Osteofyten zijn botuitsteeksels, die vaak bij artrose ontstaan aan de randen van gewrichtsvlakken. Osteofyten hebben als ongunstig effect dat de beweeglijkheid van het gewricht kan worden beperkt. Bij osteofyten aan de gewrichtsvlakken tussen de wervels kunnen zenuwbundels bekneld raken en zo pijn, gevoelsstoornissen of krachtsverlies veroorzaken.

Osteoporose

Botten hebben kalk (calcium) nodig om sterk en stevig te blijven. Bij osteoporose verliezen de botten ‘botmassa’ (kalk en andere mineralen) en structuur (verlies van botbalkjes) met als gevolg dat ze broos worden. De ziekte openbaart zich vaak door een gebroken heup of pols, of een breuk of inzakking van de wervelkolom, na een niet eens zo ernstige val. Polsbreuken komen meestal voor bij vrouwen tussen de 50 en 60 jaar. Oudere mensen breken eerder hun heup. Gezonde botten breken niet zomaar door stoten of vallen. Als de botten in uw wervelkolom verzwakken, kunnen de wervels inzakken. Met als gevolg, dat u kleiner wordt. Zijn er meerdere wervels ingezakt, dan wordt uw rug meestal steeds krommer. Dat kan een nogal pijnlijk proces zijn. Velen houden hier een chronische rugpijn aan over. Maar er zijn ook mensen die alleen maar merken dat ze wat kleiner en krommer worden en verder nauwelijks of geen pijn hebben.